Digitale hulpverlening anno nu: wat werkt?

Online platforms en apps hebben de jeugdzorg voorgoed veranderd. Maar welke digitale hulpmiddelen maken echt verschil?

Drie jaar geleden was videobellen met een hulpverlener nog uitzonderlijk. Nu is het voor veel jongeren de normaalste zaak van de wereld. De pandemie heeft de digitale transformatie in de jeugdzorg versneld. Maar wat hebben we geleerd?

De voordelen zijn duidelijk

Digitale hulpverlening verlaagt drempels. Een jongere hoeft niet meer naar een kantoor te reizen voor een gesprek. Dat scheelt tijd, geld en schaamte. Onderzoek van Nictiz, het Nederlandse kenniscentrum voor digitale zorg, bevestigt dat online hulpverlening vooral voor jongeren die moeite hebben met sociale situaties uitkomst biedt.

Daarnaast maakt technologie het mogelijk om vaker korter contact te hebben. In plaats van één gesprek per twee weken, kunnen hulpverlener en jongere dagelijks even inchecken via een app. Dat sluit beter aan bij hoe jongeren communiceren.

Maar er zijn ook valkuilen

Niet alles wat digitaal kan, moet ook digitaal. Sommige gesprekken vragen om fysieke aanwezigheid. Een crisissituatie afhandelen via een chatbot werkt niet. En niet elke jongere heeft toegang tot goede apparatuur of stabiel internet.

"Technologie moet de relatie ondersteunen, niet vervangen. Het menselijke contact blijft de kern van goede hulpverlening."

Wat werkt wel?

Uit de praktijk destilleren we een aantal principes voor succesvolle digitale hulpverlening:

De toekomst

De komende jaren zullen we meer slimme toepassingen zien. Denk aan apps die patronen herkennen in het gedrag van jongeren en hulpverleners kunnen waarschuwen. Of virtual reality om sociale situaties te oefenen in een veilige omgeving.

Maar de technologie is slechts een middel. Het doel blijft hetzelfde: jongeren helpen om sterker in het leven te staan. Dat vraagt om wijsheid in de inzet van digitale hulpmiddelen, niet om blind geloof in de laatste app.

← Terug naar alle artikelen